Pensioen

Pensioen

Een echtscheiding heeft ook gevolgen voor de opgebouwde pensioenaanspraken.

Er dienen twee soorten pensioenaanspraken te worden onderscheiden: het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen. Bij een echtscheiding moeten beide pensioensoorten worden verdeeld.

Ouderdomspensioen
De verdeling van het ouderdomspensioen is geregeld in de Wet Verevening Pensioenrechten. De hoofdregel is dat de ex-partner recht heeft op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de andere partner. Afwijking hiervan is mogelijk (conversie). Conversie is mogelijk, maar dan moeten beide ex-echtgenoten alsmede de pensioenuitvoerder instemmen met de conversie.

Voorts is belangrijk is om te weten dat de echtscheiding binnen twee jaar na het tijdstip van de scheiding moet worden gemeld bij de pensioenuitvoerder. De  ex-partner heeft dan het recht op rechtstreekse uitbetaling. Gebeurt dit niet, dan moet de de ex-partner zijn/haar deel bij de pensioengerechtige ex-partner zien te verkrijgen.

Nabestaandenpensioen
Op de verdeling van het nabestaandenpensioen is de Pensioenwet van toepassing. Voor de bepaling van de hoogte van dit partnerpensioen wordt aansluiting gezocht bij de ontslagbepaling in deze wet. Dat wil zeggen  dat de echtscheidingsdatum voor de bepaling van de hoogte geldt als zgn ontslagdatum. Het tot dan toe volledige opgebouwde pensioen komt aan de ex-partner toe, zelfs al heeft dit huwelijk korter geduurd dan het dienstverband.

Ook van dit recht kan worden afgeweken, zowel bij huwelijkse voorwaarden als in het convenant.