Afstammingsrecht

Afstammingsrecht

Met het afstammingsrecht wordt bedoeld de ouders aan te wijzen die voor de wet de ouders van het kind zijn. De vraag of er sprake is van biologisch ouderschap heeft daar niet eens zoveel mee te maken. Door adoptie bijvoorbeeld kun je voor de wet de ouder van een kind worden, terwijl je dat in biologisch opzicht niet bent. Ook kan een man een kind erkennen, ook als hij het kind niet zelf heeft verwekt. Zo wordt hij toch de juridische vader van een kind.

Indien er sprake is van een juridisch ouderschap heeft men bepaalde rechten (maar ook plichten) tegenover het kind.

Wie de moeder van een kind is meestal wel duidelijk. Dat is de vrouw die het kind heeft gebaard maar ook de vrouw die het kind heeft geadopteerd. Ook als er sprake is van eicel-of embryodonatie, waarbij er geen sprake is van een genetische band tussen moeder en kind, is de vrouw die van het kind bevalt toch de juridische moeder van het kind.

Wie de vader van het kind is niet altijd duidelijk, hoewel DNA onderzoek daar met 99,9% duidelijk over kan verschaffen. Maar er moet natuurlijk wel een aanleiding zijn om dit te onderzoeken, dit doe je niet zomaar. In een geschil waarin hierover duidelijkheid onbreekt kan het zinvol zijn dat de rechter DNA-onderzoek beveelt.

De wetgever gaat ervan uit dat, indien het kind binnen een huwelijk wordt geboren, de echtgenoot de vader van het kind is. Zelfs als de man is overleden gaat de wet ervan uit dat de overleden man de vader is, als het kind binnen 306 dagen na zij dood is geboren.

Een man wordt de juridische vader van een kind door huwelijk, door erkenning, adoptie of als zijn vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld.

Soms kan het voorkomen dat betrokkenen de bestaande juridische situatie willen wijzigen. Denk bijvoorbeeld aan het geval dat een man de vader is van een kind terwijl het is verwekt door een andere man. Denkbaar is dat hij zijn door huwelijk ontstane vaderschap mogelijk willen ontkennen. Of stel je voor dat een man zijn kind wil erkennen maar daar geen toestemming voor krijgt van de moeder. In het afstammingsrecht zijn procedures mogelijk om dit te regelen, zoals:

– De erkenning of de vervangende toestemming tot erkenning;

– De vernietiging van de erkenning;

– De ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap;

– De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

Dit zijn verschillende gerechtelijke procedures waarbij de bijstand van een advocaat noodzakelijk is. Alleen voor de erkenning is dit niet nodig. Daarvoor kan men naar de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Erkenning en vervangende toestemming

Een man kan niet zomaar erkennen. Er is daarvoor wel toestemming van de moeder vereist of, als het kind al zestien jaar is, van het kind zelf. Dit kan soms tot problemen leiden. Als er sprake is van een huwelijk wordt de man automatisch de juridische vader van het kind, maar als de ouders niet gehuwd zijn, moet de man het kind eerst erkennen om juridische vader te worden. Als de moeder deze toestemming niet wil geven, bijvoorbeeld omdat de relatie met de vader is verbroken, kan de man het kind niet erkennen. Hij heeft immers toestemming van de moeder nodig. Er bestaat dan de mogelijkheid om aan de rechter vervangende toestemming te vragen tot erkenning. In dit geval geldt wel het vereiste dat de man de verwekker is van het kind. Dit betekent dat een donor volgens de wet niet het recht heeft om vervangende toestemming te verzoeken. Toch is een donor door de rechter al verschillende keren wel ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vervangende toestemming te verkrijgen. Naast het biologische vaderschap moet dan worden aangetoond dat er sprake is van een nauwe persoonlijke relatie. (art 8 EVRM).

Om de vervangende toestemming tot erkenning te verkrijgen moet een advocaat een verzoekschrift indienen bij de rechtbank. Hiermee wordt de procedure in gang gezet en kan in veel gevallen alsnog de erkenning plaatsvinden, tenzij er heel goede redenen zijn om de vervangende toestemming niet te verlenen. De rechter weegt hierbij de belangen af van vader moeder en kind.

Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
Ook al is een man de verwekker van een kind, is hij toch niet altijd bereid zijn kind te erkennen. Deze man kan dan wel in feite ‘gedwongen’ worden zijn kind te erkennen. Dit kan via de rechter via een procedure tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Wel moet het gaan om verwekker van het kind (dus niet een ander man of een donor). Het biologisch vaderschap kan indien nodig worden vastgesteld door DNA onderzoek. Indien de rechter dit nodig acht kan deze een DNA-onderzoek bevelen. Dit gebeurt echter niet altijd.

Het gebeurt zelfs weleens dat het vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld als de vader al is overleden. In verband met het erfrecht kan dat interessant zijn, maar soms kunnen alleen emotionele redenen de drijfveer zijn om een gerechtelijke vaststelling van de (overleden) vader te verzoeken.

Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kan worden ingediend door de moeder en het kind zelf. De moeder kan de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap verzoeken totdat het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, als het kind zestien jaar is kan hij dat zelf.

Aan de bevoegdheid van de moeder om het verzoek te doen zijn termijnen verbonden, het kind kan te allen tijde een verzoek doen.

Ook van de ‘instemmende levensgezel’ bijvoorbeeld de man die heeft ingestemd met donorinseminatie, kan het vaderschap gerechtelijk worden vastgesteld . Gerechtelijke vaststelling van het moederschap, bijvoorbeeld de lesbische partner van de moeder, is niet mogelijk.

De gerechtelijke vaststelling is overigens niet hetzelfde als de zogenaamde “vaderschapsactie”. Hiermee wordt bedoeld een actie om de biologische vader aan te spreken op de onderhoudsplicht jegens zijn kind.

Vernietiging van de erkenning
In een beperkt aantal gevallen kan een erkenning worden vernietigd. Dit moet aan de rechter worden verzocht. Het verzoek kan worden gedaan door de moeder, de vader en het kind. Het verzoek kan alleen worden toegewezen als de erkenner niet de biologische vader is van het kind.

Voorbeeld: de moeder heeft de man om de tuin geleid en heeft hem gezegd dat hij de vader is van het kind, waarop de man het kind nietsvermoedend heeft erkend. Indien de man er later achterkomt dat hij toch de vader niet is, kan hij een vernietiging van de erkenning verzoeken.

De moeder kan een verzoek tot vernietiging indienen als zij haar toestemming tot erkenning heeft gegeven en zij heeft dit niet uit vrije wil gedaan of toen zij nog minderjarig was.

Het kind zelf kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning indienen als hij erachter is gekomen dat zijn erkenner zijn biologische vader niet is.

Aan de mogelijkheid tot vernietiging zijn wel termijnen verbonden.

Indien de erkenning wordt vernietigd dan wordt de erkenning geacht nimmer gevolg te hebben gehad. De erkenner wordt geacht nooit de vader van het kind te zijn geweest. Echter, door de vernietiging kan geen vordering ontstaan op bijvoorbeeld de gemaakte kosten van verzorging en opvoeding of levensonderhoud en studie.

Ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap
Het afstammingsrecht gaat ervan uit dat indien een kind binnen een huwelijk wordt geboren de echtgenoot van de moeder ook de biologische vader is. In een groot aantal gevallen (vermoedelijk10%!!) is dat niet het geval. Het kind kan bijvoorbeeld in een buitenechtelijke relatie zijn verwekt, de moeder kan bij het sluiten van het huwelijk al zwanger zijn geweest van het kind van een andere man of via donorinseminatie zwanger zijn geworden.

Indien de vader tot de ontdekking komt dat het kind niet van hem is, bestaat voor hem de mogelijkheid zijn vaderschap te ontkennen. Er moet dan wel sprake zijn van bedrog of valse voorwendselen. Als hij het met donorinseminatie eens was en daarmee heeft ingestemd heeft hij niet de mogelijkheid gegrondverklaring van de erkenning te verzoeken, als hij daar later spijt van krijgt.

Het kind kan een verzoek indienen tot ontkenning op de enkele grond dat zijn vader niet de biologische vader is. Dus hij kan dat wel in het geval van donorinseminatie.

De termijnen waarbinnen een verzoek kan worden gedaan zijn beperkt. Het kind zelf kan binnen drie jaar nadat hij bekend is geworden met het feit dat de man waarvan hij altijd dacht dat dat zijn vader was, dat toch niet blijkt te zijn. Als hij daar tijdens zijn minderjarigheid al achter kwam begint de termijn pas te lopen als het kind meerderjarig wordt.

De termijn voor de vader en de moeder bedraagt een jaar. Voor de moeder begint de termijn te lopen op de dag van de geboorte van het kind, voor de man zodra hij bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de vader is van het kind.

Door de gegrondverklaring van de ontkenning van het door huwelijk onstane vaderschap wordt geacht het juridisch vaderschap nooit bestaan te hebben. Er ontstaat echter geen vordering tot teruggave van eerder gemaakte kosten van verzorging en opvoeding van het kind of kosten van levensonderhoud en studie.

Draagmoederschap
Bij de onmogelijkheid om zelf op biologische wijze een kind te krijgen, kan mogelijk een draagmoeder worden ingeschakeld. Dit gebeurt meestal in de familie -of vriendenkring voor een bevriend stel of bijvoorbeeld een onvruchtbare zus, om deze toch ouder(s) van een kind te laten worden. Dit gebeurt meestal om puur altruïstische redenen en niet uit financieel gewin. Commercieel draagmoederschap is verboden. Wel is het raadzaam bepaalde afspraken vast te leggen over vergoeding van gemaakte kosten die met de zwangerschap te maken hebben, zoals zwangerschapskleding, medische kosten, reiskosten etc.

De draagmoeder is volgens de Nederlandse wet altijd de juridische moeder van het kind, zelfs als het genetisch materiaal van het kind (zoals bij eicel-of embryodonatie) afkomstig is van de wensmoeder(hoogtechnologisch draagmoederschap). Om het juridisch ouderschap op de wensouders over te laten gaan is een juridische procedure vereist.

Hierbij is wel de medewerking van de draagmoeder noodzakelijk. Zij kan niet zomaar tegen haar wil gedwongen worden haar kind af te staan, ook al heeft zij dit met de wensouders afgesproken. Een overeenkomst waarin wordt vastgelegd dat de draagmoeder haar kind moet afstaan is in strijd met de goede zeden.

De draagmoeder kan het kind na de geboorte wel feitelijk afstaan aan de wensouders, maar dit moet wel gemeld worden aan burgemeester en wethouders. De gemeente moet hiervan melding doen aan de raad voor de kinderbescherming.

De draagmoeder kan de raad voor de kinderbescherming verzoeken van het gezag te worden ontheven, waarop de wensouders met de voogdij belast kunnen worden. Uiteindelijk kan adoptie plaatsvinden, maar hiervoor is wel noodzakelijk dat de wensouders drie jaar voor het adoptieverzoek hebben samengeleefd. Bovendien moeten de wensouders het kind eerst een jaar hebben opgevoed en verzorgd.

Bijzondere curator
Wanneer er een afstammingskwestie door de rechter wordt behandeld, wordt er ten behoeve van het minderjarige kind altijd een bijzondere curator aangesteld. Deze bijzondere curator behartigt de belangen van het kind zelf en treedt niet op namens de ouders of een van hen.